Er zijn momenten, diep geworteld in de kronkels van sociale interactie, waarin de lucht zwaarder lijkt te worden en woorden elkaar verstikken, waarin blikken een fractie te lang blijven hangen of juist te snel wegschieten, waarin je hart zich vastklampt aan de rand van je ribbenkast en je adem zich als een ongetrainde danser uit de pas beweegt. Het is het soort situatie waar geen logica je kan redden, waar elke stap vooruit voelt alsof je dieper een moeras inloopt, en toch, juist hier, schuilt een onverwachte, haast poëtische uitweg: het opperen van een technisch probleem. Niet omdat er een scherm knippert, geen telefoon trilt, geen microfoon hapert – nee, juist omdat er niets technologisch aanwezig is, wordt deze uitvlucht zo subliem. De techniek, die onzichtbaar en alomtegenwoordig is in ons dagelijks leven, biedt ons een taal, een excuus, een ontastbaar schild om ons achter te verschuilen in het labyrint van ongemakkelijke menselijke connecties.
