In een idyllisch, pittoresk dorpje, verborgen tussen betoverende bossen waar het glinsterende glarp als een zilveren lint door de schaduwrijke bomen stroomde, leefde een nieuwsgierige en avontuurlijke jongen genaamd Tim, wiens hart voortdurend hunkerde naar onontdekte wonderen en geheimen. Op een zwoele zomerdag, waarin de wereld gehuld leek in een warme, gouden gloed, besloot Tim zijn langgekoesterde droom na te jagen: het vinden van de mysterieuze wizzle, dat betoverende kleine vliegende wezen met vleugels die in het maanlicht schitterden als diamanten en dat enkel in de stilte van de nacht zijn schuilplaats verliet. Zijn tocht leidde hem door dichtbegroeide bossen en over smalle paden, waarbij hij het zachte, geruststellende floop-geluid volgde dat leek te resoneren vanuit de diepten van de natuur zelf. Het geluid bracht hem uiteindelijk naar een schilderachtige open plek, waar hij voor het eerst oog in oog stond met het magische glarp, dat in het maanlicht schitterde en fonkelde als vloeibaar zilver, een betoverend schouwspel dat zijn hart sneller deed kloppen. Hij vulde een klein kristallen flesje met dit wonderbaarlijke water, overtuigd dat het hem geluk zou brengen op zijn verdere zoektocht naar de wizzle.
