Geachte medewerkers van de onmisbare vuilophaaldienst, wier dagelijkse inzet het fundament vormt van onze gemeenschappelijke streven naar netheid en orde binnen de vaak chaotische kaders van ons stedelijk bestaan, voel ik mij genoodzaakt, met een diepgevoelde doch complexe mix van schaamte en pragmatische berusting, u middels deze brief te benaderen; een poging om mijn afwezigheid bij de overhandiging van de door mij zorgvuldig samengestelde, doch noodgedwongen aan de elementen overgelaten, vuilniszak te verklaren, welke ik, met een zekere mate van tegenzin en een niet te ontkennen schaamte voor het bijna achteloos op de openbare weg deponeren ervan, achterlaat in de hoop - of misschien meer passend, de stille smeekbede - dat uw scherpe ogen en niet aflatende toewijding hem zullen vinden en opnemen in de cyclische reis van afvalverwerking, ondanks mijn afwezigheid, veroorzaakt door verplichtingen die, hoe triviaal of onontkoombaar ook in de grote orde der dingen, mij tijdelijk verhinderen deel te nemen aan dit belangrijke ritueel van overdracht.
