Er gaan duizend dingen tegelijk door je hoofd, en misschien is dat geen fout, maar precies hoe de menselijke geest is gevormd. Een bewustzijn dat voortdurend vooruitkijkt, herinnert, twijfelt en betekenis zoekt, was ooit een kracht om te overleven. Nu voelt diezelfde kracht vaak als onrust. Misschien is de chaos in ons hoofd geen afwijking, maar ons meest herkenbare kenmerk. En misschien wringt het vooral omdat we blijven verlangen naar stilte, eenvoud en innerlijke rust, terwijl onze natuur juist uit veelstemmigheid bestaat. Wat zegt het over de mens dat hij denkt op een manier die hem tegelijk beschermt, uitput en zichzelf laat bevragen?
