De hoek van de kamer waarin de lezer zich nu bevindt, lijkt op het eerste gezicht niet meer dan een praktische samenkomst van twee muren. Toch is dit niets minder dan een kruispunt van realiteiten. Elke muur draagt een eigen vlakke wereld – tweedimensionaal, schijnbaar zonder diepte. Zij ontmoeten elkaar haaks, alsof twee universa, die elkaar normaal gesproken nooit zouden raken, hier gedwongen zijn in een intieme aanraking. De lezer, jij dus, staat precies in dit punt. Het artikel dat je nu leest is geen tekst op een scherm of papier, maar een uitnodiging om de hoek te ervaren als een portaal. Want wat is een hoek eigenlijk? Het is geen muur, geen vloer, geen plafond. Het is de plaats waar scheidingen samenvallen. Een grens die zichzelf opheft.
Spiegelbeeld.
Stel je voor: je staat voor de spiegel, oog in oog met je eigen reflectie, en je denkt: "Wat een vreemd ding, dat spiegelbeeld." Menig mens waant zich in de illusie dat het beeld aan de andere kant van het spiegelglas als een soort betoverde versie van de werkelijkheid fungeert, een omgekeerde wereld waarin links en rechts lijken te verwisselen, waarin jouw rechterhand opeens aan de linkerzijde van je spiegelbeeld verschijnt, en je linkeroog plotseling priemt vanaf de rechterkant. Maar – en hier begint de grote verwarring, het ware raadsel dat de menselijke geest op de proef stelt – wie zegt dat het beeld daar binnen, gevangen in dat dunne laagje glas en zilver, niet de werkelijke, ultieme versie van de realiteit is? Wat als de wereld aan deze kant, de kant waarin jij en ik ons bevinden, juist de verwrongen, scheve afspiegeling is van de waarachtige orde?
