Schudden.

Op het moment dat ik mijn hand uitstak, voelde ik het bekende tintelen in mijn arm. De spieren spanden zich vanzelf aan terwijl mijn arm zich begon uit te rekken. Het was alsof mijn lichaam wist welke route het moest nemen, langs smalle straten, over pleinen en dwars door parken. Mijn hand gleed moeiteloos boven auto’s en langs de rijen bomen, als een vogel die zijn vleugels strekte. Ik zag andere armen zich in dezelfde richting bewegen—slierten van begroetingen die door de stad zweefden op weg naar een ontmoeting. Het was spitsuur, dat voelde je meteen. De lucht hing vol handen die elkaar zochten. Sommige armen kronkelden ingewikkeld om elkaar heen, als klimop langs een muur. Het moment waarop alle handen elkaar ontmoetten, zorgde altijd voor een vreemd soort stilte. Een ademloze vertraging waarin honderden vingers elkaar tegelijkertijd omklemden en schudden. Soms voelde het alsof de stad even inhield.

Omhoog ↑

nl_NLNederlands