Het boekenkleedje lag roerloos op de grond, een stille getuige van het leven dat zich hoog boven haar afspeelde. De boekenplank, majestueus en ongenaakbaar, torende boven haar uit. Haar houten planken waren rijkelijk gevuld met titels die kracht en kennis uitstraalden, als monumenten van intellect. Maar het kleedje, zacht en bescheiden, had een andere roeping. Ze zou niet de bewaker zijn van verheven gedachten die torenden boven de hoofden van mensen. Nee, het kleedje had een veel nederiger, maar niet minder noodzakelijk doel: de start van de reis van de lezer.
