Mijn duim raakt de spatiebalk en tussen twee woorden verschijnt, zonder aarzeling, een strook wit die hen uit elkaar houdt en tegelijk met elkaar verbindt. Geen plakkerige weerstand, geen gemiste aanslag waardoor letters zich tot een benauwde klomp samenpersen, maar een ritme van tikken en pauzes dat mijn zinnen lucht geeft. Wanneer deze lange toets weigert, verstikt betekenis in samengeklonterde taal; vandaag echter reageert zij trouw, elke aanslag een kleine bevestiging dat ruimte mag bestaan. Zo glijdt de tekst voort, gedragen door een balk die niets zichtbaar toevoegt en toch alles mogelijk maakt
