Toen hij het brood brak, viel de straat stil. De tram schoof zonder geluid voorbij en de regen bereikte onhoorbaar de goot. Zodra hij een hap nam, kwam de herrie terug. Naast hem probeerde een vrouw haar tas dicht te ritsen. De voering zat vast. Hij brak nog een stuk af. In de stilte kreeg ze de stof los. Ze ging naast hem zitten en nam een hoek van het brood. Samen aten ze onder de lekkende luifel. Bij iedere breuk werd de avond een paar seconden stiller. Hun problemen bleven bestaan, maar hoefden even niets te zeggen. Toen ze vertrok, hield hij één klein stuk over. Dat at hij in één hap. De laatste stilte hoefde nergens meer voor te dienen.
