KANT I – DE VAL (HET BEGIN) Hij laat los zonder het te weten. Of hij wordt losgelaten. Het verschil doet er pas later toe. Acht verdiepingen is geen hoogte, het is een gedachte met versnelling. De teddybeer valt niet dramatisch. Geen gespreide armen, geen paniek. Zijn lijf volgt de logica van zwaartekracht zoals hij altijd logica heeft gevolgd: gedachteloos. Pluche geeft mee. Naden houden. Onderweg gebeurt iets wat nergens recht op heeft. Momenten duiken op. Geen herinneringen, want er was niets om te herinneren. Maar ze gedragen zich zo. Fragmenten zonder oorsprong. Een kamer die nooit bestond. Handen die hem vasthielden zonder warmte. Een stem die hem nooit aansprak.
