Lost.

Vanuit mijn hoekige, schaduwrijk geduld—tussen stalen ribben en halfafgeschilferde verfplekken—zag ik het gebeuren, of beter gezegd, voelde ik het door de lucht trillen, als een zachte schokgolf van huishoudelijke rampspoed die zich via de kasseien naar mijn fundamenten verspreidde. Een boodschappentas, bontgekleurd en licht vermoeid, scheurde open op de hoek van de straat, en daar, als miniatuurhelden uit een alledaagse tragedie, rolden ze tevoorschijn: een pakje schuursponsjes, nog strak in zijn plastic omhulsel, glanzend van betekenis, alsof de wereld even tot stilstand kwam om de val van het triviale te aanschouwen. Ik, de fietsenstalling, roestig maar oplettend, stond daar twee straten verderop met het soort afstand dat alleen een object kan bezitten dat dagelijks getuige is van menselijke haast. En toch voelde ik de kleine schok van het gebeuren, want de wind – die roddelende luchtmassa die door stegen en over fietszadels kronkelt – bracht mij het verhaal over met de geur van supermarktplastic en kruimelende croissants. Het pakje schoof, als een klein schip op onbekend asfalt, richting een plas waarin het zichzelf weerspiegelde: groen, geel, een beetje banaal, maar o zo levend in zijn val.

Proudly powered by WordPress

Up ↑

en_USEnglish