De vrouw is vertrokken, maar de stoel is nog niet leeg. Dat stelt de man vast wanneer hij zijn hand op het fluweel legt, zogenaamd om te controleren of er niets is blijven liggen. Er is inderdaad iets blijven liggen. Een hoeveelheid warmte, ongeveer ter grootte van iemand die besloot verder te gaan.
Op de tafel staat alleen haar lege kopje. De rekening is betaald, de deur gesloten, maar onder zijn vingers bevindt zich een restant aanwezigheid waarvoor geen administratieve regeling bestaat. Men mag een jas ophangen, een tas meenemen, een paraplu vergeten. Voor achtergelaten lichaamstemperatuur is nergens een haakje.
Hij houdt zijn hand stil. Niet uit sentimentaliteit, zegt hij tegen niemand, maar omdat bewegen de meting zou verstoren. Het fluweel geeft langzaam terug wat het heeft ontvangen. Kennelijk heeft zitten gevolgen die langer duren dan de beslissing om op te staan. Dat maakt vertrek minder nauwkeurig dan wordt aangenomen.
Een nieuwe bezoeker zou kunnen beweren dat de stoel vrij is. Er ligt immers geen krant op, geen handschoen, geen briefje met een voornaam. Toch is de zitting bezet door iets wat nog niet helemaal is afgekoeld tot openbare ruimte. Wie nu plaatsneemt, gaat gedeeltelijk zitten in de lichamelijke nalatenschap van een onbekende.
Juridisch lijkt dat ingewikkeld. Warmte heeft geen handtekening en weigert onderscheid te maken tussen een rechtmatige eigenaar en iemand die een plekje bij het raam zoekt. Zij verspreidt zich zonder toestemming, laat zich niet terugvorderen en vermindert juist wanneer iedereen haar zorgvuldig met rust laat. Bewaren betekent hier verliezen.
De man kijkt naar zijn eigen stoel. Ook daar heeft zich een voorraad van hem verzameld. Hij draagt een donker jasje, zijn overhemd staat open bij de hals, en onder dat alles blijkt hij voortdurend iets af te staan waaraan hij nooit aandacht heeft besteed. Zijn aanwezigheid is genereuzer dan zijn gesprekken.
Vroeger dacht hij dat een indruk achterlaten vooral met woorden te maken had. De juiste opmerking, een verhaal dat later nog eens werd naverteld, desnoods een overtuigende stilte. Nu blijkt een halfuur rustig zitten eveneens voldoende om de wereld merkbaar anders achter te laten. Geen blijvende verandering, natuurlijk. Daar moet men nu voorzichtig mee worden.
Aan de overkant vraagt iemand of de stoel nog bezet is. Een vrouw met zilveren draden in haar haar, haar jas over één arm, de andere hand al licht op de rugleuning. Hij zou kunnen uitleggen dat de vorige bezoeker thermisch nog niet helemaal is uitgecheckt. Het is een juiste mededeling die vermoedelijk een verkeerd gesprek zou openen.
Daarom staat hij op en schuift de stoel een stukje naar achteren. Zij gaat zitten, kijkt even verrast en trekt vervolgens haar handschoenen uit. Buiten wordt het kouder. Binnen heeft iets de oversteek gemaakt zonder naam, zonder afspraak en zonder dat iemand er een verdienmodel tussen kon zetten. De man neemt zijn eigen plaats weer in. Zijn stoel heeft op hem gewacht. Dat voelt niet als bezit, eerder als een kleine beleefdheid van materiaal dat hem nog even herkent nu hij terug is.


Leave a Reply