De lijmklem zat al zo lang onder de tafel dat niemand meer wist wat er ooit gelijmd was. Het blad vertoonde geen scheur. De poten stonden stevig en de verbindingen hielden zich beter dan de meeste afspraken in het gezin. Toen de dochter na jaren weer bij haar vader kwam eten, stootte ze met haar knie tegen het houten handvat. Hij zei dat ze moest oppassen. Zij vroeg waarom het ding er nog aan zat. Hij antwoordde dat sommige verbindingen tijd nodig hadden, wat bij deze klem inmiddels een periode van bijna twaalf jaar betekende. Buiten liep regen langs het raam van de werkplaats. Binnen hing de geur van houtstof, koffie en een soort geduld dat niet helemaal vrijwillig was geweest. De dochter boog zich onder tafel en draaide het handvat een kwartslag los. Meteen verschoof het licht. Aan haar kant werd het namiddag; aan zijn kant bleef het vroege ochtend. De damp boven zijn kopje trok horizontaal langs het blad en stopte bij de klem, alsof daar een ruit stond. De vader zette zijn beker neer. Hij had blijkbaar gelijk gehad over de verbinding, maar niet noodzakelijk over de reden om haar zo lang vast te houden.
De klem hield geen stukken hout bijeen. Zij drukte twee ogenblikken tegen elkaar die ooit aan dezelfde tafel hadden plaatsgevonden. Aan de ene kant zat de vader nog op de ochtend voordat zijn dochter vertrok. Aan de andere kant had zij de jaren die volgden al met zich meegebracht. Zolang het handvat strak bleef staan, kon men de overgang aanzien voor een gewone meubelrand. Daaronder zat echter een naad die nooit was uitgehard. De dochter draaide nog een stukje. Uit de kier kwam de geur van een oude jas die zij niet meer bezat. Haar vader hoorde een fietsbel uit de straat waar ze vroeger woonden. Geen van beiden vond dat uitsluitend prettig. Bewaren had ook betekend dat er twaalf jaar lang geen frisse lucht tussen die momenten was gekomen. De man streek met zijn duim langs het tafelblad en zei dat het anders uit elkaar zou vallen. Zij keek naar de stevige poten. Het meubel kon vermoedelijk meer verdragen dan de formulering. Toch hield ze op met draaien. Er waren dingen die je niet losmaakte door te bewijzen dat een ander overdreef. Ze ging weer rechtop zitten en vroeg of hij nog koffie had.
Ze dronken ieder aan hun eigen kant van de middag. Dat zag er vreemd uit: zijn lepel ving koel ochtendlicht, haar hand lag in een warme baan zon die buiten nergens te vinden was. De regen bleef aan beide kanten gelijk, als enige deelnemer die zich niet met het tijdsverschil bemoeide. Later draaiden ze het handvat samen verder open. Er kwam geen breuk. De twee ogenblikken weken langzaam uit elkaar, en in de tussenruimte ontstond een smalle strook van de dag die ze werkelijk samen doorbrachten. Het blad werd er niet groter van. Er was alleen eindelijk plaats voor een nieuw kopje zonder dat dit onmiddellijk iets van vroeger moest vervangen. De vader nam de klem in zijn hand en woog haar even. Het schroefdraad was droog. Hij deed er een druppel olie op, gewoon omdat gereedschap onderhoud nodig had. De dochter pakte haar jas. Ze hadden niet alles besproken. Aan de tafel was bovendien nog steeds een beschadiging zichtbaar op de plek waar de klem had gezeten. Hij beloofde niet haar weg te schuren. De volgende keer konden ze er een schaal op zetten.


Leave a Reply