Twee handelingen, ogenschijnlijk zonder familieband, kunnen in een merkwaardige choreografie toch elkaars spiegelbeeld blijken te zijn: een inhaalactie op de snelweg en het strikken van veters die net iets te kort zijn. In een universum dat zich gedraagt alsof het met een liniaal is uitgelijnd, een kleurpalet zorgvuldig is gestreken en ieder voorwerp net iets te nadrukkelijk aanwezig is, worden ze geen alledaagse bezigheden meer, maar ceremonieën van timing, hoffelijkheid en licht ongemak.
Stel het tafereel voor. De snelweg ligt erbij als een eindeloos, zorgvuldig gelakt lint, met witte strepen die zo precies zijn aangebracht dat ze bijna decorstukken lijken. In een compacte auto met een dashboard in vriendelijke pasteltinten zit iemand met een ernstige blik, beide handen op tien voor twee, alsof autorijden geen praktische bezigheid is maar een morele opdracht. Voor hem rijdt een auto die net langzaam genoeg is om wrevel op te roepen, maar niet langzaam genoeg om verontwaardiging volledig te rechtvaardigen. Dat is cruciaal. De inhaalactie leeft van precies dat grensgebied.
Op hetzelfde moment, of althans in een emotioneel parallel universum, hurkt iemand op een smalle gangloper met een paar schoenen dat te keurig is om comfortabel te zijn. De veters zijn onmiskenbaar te kort. Niet dramatisch te kort – er is geen tragedie – maar net kort genoeg om van het strikken een onderhandeling te maken. De uiteinden ontsnappen telkens aan de vingers alsof ze een eigen, terughoudend karakter bezitten. Hier, net als op de snelweg, is het niet de totale mislukking die spanning veroorzaakt, maar de irritante nabijheid van succes.
Dat is de symbiose: beide handelingen zijn pogingen om orde te scheppen binnen een systeem dat formeel functioneert, maar zich persoonlijk beledigend opstelt. De bestuurder knippert, kijkt, schuift naar links, versnelt met een beleefde vastberadenheid. De vetermodelleur trekt, kruist, haakt, knijpt en hoopt dat er ergens nog anderhalve centimeter verborgen optimisme in het katoen zit. In beide gevallen is de kernvraag identiek: kan dit nog nét?
Er huist bovendien in beide handelingen een vorm van esthetische zelfbeheersing. Niemand wil tijdens een inhaalactie paniek uitstralen. Men wil eruitzien als iemand die dit al duizendmaal eerder heeft gedaan, iemand die de snelheid en de ruimte met mathematische rust begrijpt. Zo ook bij te korte veters: niemand wil toegeven dat een veter de overhand heeft. Men wil de indruk wekken dat de kleine strik volkomen vrijwillig zo compact is uitgevallen, dat dit geen tekort is maar een keuze, bijna een stijlprincipe. Alsof beperking eigenlijk gewoon elegantie in vermomming is.
Toch sluimert onder die beheerste oppervlakte iets komisch. De inhaler moet precies genoeg versnellen om waardigheid te behouden, maar niet zo veel dat de manoeuvre verandert in een klein karakterdrama. De veterstrikker moet precies genoeg spanning uitoefenen om een knoop te vormen, maar niet zo veel dat het hele bouwwerk met een sip gebaar weer losschiet. Beiden bevinden zich in een smalle corridor tussen beheersing en vernedering. En juist daar ontstaat hun verwantschap.
Wat deze twee handelingen tot bondgenoten maakt, is hun stille afhankelijkheid van het universum. De linkerbaan moet open blijven. De vrachtwagen in de verte moet zich voorspelbaar gedragen. De veter moet niet nog gladder blijken dan gevreesd. De vingers moeten niet ineens log worden. Beide gebeurtenissen vragen om medewerking van een wereld die doorgaans slechts met tegenzin meewerkt. Het zijn geen solostukken, maar duetten met omstandigheden.
En wanneer het lukt, wanneer de auto eindelijk langs de trage voorligger glijdt en weer keurig invoegt, wanneer de kleine, bijna spottend minieme strik toch standhoudt, is de voldoening disproportioneel groot. Niet omdat er iets groots is bereikt, maar omdat het leven heel even heeft toegegeven dat precisie beloond mag worden. Alsof de werkelijkheid, na enige aarzeling, haar hoofd schuin houdt en zegt: vooruit dan.
Zo worden een inhaalactie op de snelweg en het strikken van te korte veters samen één gebeurtenis: een miniatuur-epos over timing, proportie en beleefde strijdlust. Twee rituelen waarin de mens niet zozeer overwint, maar zich met stijl een weg baant door de lichte tegenwerking van de dingen. En misschien is dat wel de meest sierlijke vorm van triomf die ons gegeven is.


Leave a Reply