Traagheid.

Wanneer ik het zebrapad nader, is er altijd een fractie van een seconde waarin mijn blik zich niet alleen richt op de auto’s die mogelijk te snel naderen of juist onverwacht stoppen, maar ook op de lucht zelf, op de ruimte boven de witte strepen die zich als een uitnodiging over het asfalt uitstrekken, alsof ik onbewust controleer of de doorgang werkelijk vrij is, of er niet iets onzichtbaars hangt dat de oversteek zou kunnen vertragen tot een stroperige worsteling waarin elke stap wordt teruggeduwd door een weerstand die zich niets aantrekt van haast of noodzaak.

Het idee dat er een ondoordringbare, gelei achtige substantie zou kunnen zweven, vlak boven de markeringen, is absurd genoeg om lachwekkend te zijn en toch concreet genoeg om zich in mijn verbeelding vast te zetten, want ik zie voor me hoe mijn voet de eerste witte balk raakt en onmiddellijk vertraagt, alsof de lucht is verdikt tot een transparante massa waarin beweging wordt afgeremd tot bijna stilstand, terwijl het verkeer, onverschillig en versneld, zijn normale tempo behoudt, waardoor de eenvoudige handeling van oversteken verandert in een gevaarlijke oefening in traagheid.

Maar niets van dat alles gebeurt; wanneer het licht gunstig is of een bestuurder zijn voet van het gaspedaal haalt, stap ik naar voren en mijn lichaam beweegt zonder extra weerstand door de ruimte, mijn armen zwaaien in een vanzelfsprekend ritme, mijn schoenen raken het asfalt met de vertrouwde zekerheid van vaste grond, en de lucht gedraagt zich zoals lucht dat behoort te doen, onzichtbaar, gewichtloos, bereid om mij ongehinderd door te laten, zodat de afstand tussen stoep en stoep niet uitrekt tot een oneindige corridor maar compact blijft, beheersbaar, overbrugbaar.

Toch voel ik hoe mijn verbeelding kortstondig een alternatief scenario schetst waarin elke stap een gevecht zou zijn tegen een transparante muur, waarin mijn benen zich met overdreven inspanning door een kleverige laag moeten duwen, terwijl auto’s aan beide zijden hun geduld verliezen en claxons als scherpe waarschuwingen door de vertraagde tijd snijden, en in dat scenario wordt de overkant een belofte die steeds verder wegdrijft, alsof de ruimte zelf zich tegen mij heeft gekeerd.

De werkelijkheid is eenvoudiger en daardoor des te opmerkelijker: de witte strepen liggen stil, het asfalt is hard en voorspelbaar, de lucht boven mijn hoofd blijft leeg, zonder verborgen valstrikken of vertraagmechanismen, en binnen enkele seconden bereik ik de andere kant, waar de stoep mij opvangt zonder ceremonie, alsof dit alles niets bijzonders is, alsof doorgang vanzelfsprekend hoort te zijn.

Misschien schuilt er juist in die afwezigheid van belemmering een stille geruststelling, in het feit dat de wereld niet elke doorgang heeft voorzien van een extra hindernis, dat er plekken bestaan waar beweging niet wordt gesaboteerd door onzichtbare barrières, waar een zebrapad simpelweg een brug is tussen twee kanten van dezelfde straat, en waar mijn lichaam, in zijn alledaagse kwetsbaarheid, niet hoeft te vechten tegen imaginaire substanties maar slechts hoeft te lopen, stap voor stap, door lucht die zich gewillig opent en weer sluit zonder sporen na te laten.

Leave a Reply

Proudly powered by WordPress

Up ↑

en_USEnglish

Discover more from Mijn NiemandsLand

Subscribe now to keep reading and get access to the full archive.

Continue reading