Ontbijt.

Er bestaat een hardnekkige mythe dat het perfecte ontbijt op bed draait om balans: een subtiele selectie van lekkernijen, netjes gerangschikt op een dienblad, met net genoeg jus d’orange om je hoop op een betere dag te wekken, maar niet genoeg om je dekbed te ruïneren. Onzin. Wie werkelijk iets van het leven begrijpt — of van teleurstelling, wat vaak hetzelfde is — weet dat ontbijt op bed pas transcendent wordt wanneer het onpraktisch, overdadig en mild rampzalig is.

Want wat is een croissant zonder de dreiging dat er vijf anderen van het bed af glijden? Wat is jam zonder de existentiële paniek van een open potje dat precies naast je telefoon balanceert? Teveel ontbijtitems is geen fout; het is een levenshouding. Je moet niet weten waar je moet beginnen. Je moet lijden onder overvloed, met je ene dij op een sneetje brioche en de ander per ongeluk in een schaaltje yoghurt. Pas dan voel je het: luxe die volledig uit de hand loopt.

Het is geen maaltijd, het is een wankele constructie van verlangen, vet en kruimels. En juist daarin schuilt de hoop. Want als zelfs je ontbijt weigert zich aan logica of grenzen te houden, waarom zou jij dat dan wel doen?

Dus ja, laat het dienblad knarsend wegglijden, laat de koffie op het laken druppelen, en laat de croissants je langzaam bedekken. Noem het een mess. Noem het decadentie. Noem het een protest tegen soberheid. Ik noem het: zondagochtend zoals het bedoeld is.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder