Drieluik – Alsof droog.

KANT I – DE RAND (HET BEGIN)

Ze staan stil alsof beweging de leugen zou verraden. Hun feestkleding is te precies voor deze plek. Te glad. Te duur. De stof hoort bij licht, bij stemmen, bij glazen die elkaar net te hard raken. Niet bij wat hier gebeurt. Niet bij wat hier zogenaamd niet is.

Het water – dat er niet is – staat tot hun middel. Het trekt aan hen zonder handen. Het schuimt rond hun lichamen met een overtuiging die niets vraagt.

De man kijkt naar voren, niet naar beneden. Dat is belangrijk. Wie naar beneden kijkt, erkent. Zijn schouders zijn recht, zijn rug strak, alsof hij zich in een zaal bevindt waar etiquette belangrijker is dan waarheid.

De vrouw staat iets dichter bij hem dan nodig. Haar jurk plakt aan haar heupen, maar dat is toeval, zegt ze zonder woorden. Pure luchtweerstand. Geen oorzaak. Geen gevolg.

De zee bestaat niet. Dat is de afspraak. En afspraken zijn sterker dan zintuigen, zolang je ze samen maakt.

Zwart-wit helpt. Het haalt de verleiding weg om dit mooi te vinden. In kleur zou het misschien romantisch zijn. Hier is het alleen nat en hard en niet-erkend.

Dit is het begin omdat ze nog geloven dat stilstand genoeg is. Dat ontkennen een vorm van beheersing kan zijn.

Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder